Exit

De drie pijlers van een flexibel onderwijsaanbod

Drie pijlers flexibel onderwijsaanbod

In onze vorige blog hebben we de voordelen van een flexibel onderwijsaanbod besproken. We sloten af met het advies om te focussen op de basis. Wat heb je nodig om een flexibel onderwijsaanbod te realiseren? Waar is dit van afhankelijk en wat zijn haar pijlers?

De drie pijlers
Bij ieder project in het onderwijs spelen communicatie en kwaliteitsbewaking een vanzelfsprekend grote rol, maar bij het proces van flexibilisering zien wij deze fundering aangevuld met drie belangrijke pijlers:

  1. Programmatische flexibiliteit
  2. Organisatorische flexibiliteit
  3. Pedagogisch didactische flexibiliteit

Programmatische flexibiliteit
Programmatische flexibiliteit richt zich op de leerdoelen, leerinhoud, leermaterialen en leeractiviteiten van het onderwijsaanbod. Om programmatische flexibiliteit te realiseren kun je denken aan het modulariseren van het onderwijs, waarbij het onderwijsaanbod is opgedeeld in modules (Zie onze blog ‘de vijf voordelen van een flexibel onderwijsaanbod voor meer informatie). Vanzelfsprekend speelt de commitment van de docent hierbij een grote rol. Het bestaande onderwijs zal immers aangepast of herschikt moeten worden.

Organisatorische flexibiliteit
Organisatorische flexibiliteit richt zich op de groeperingsvormen, de leeromgeving en de onderwijstijd. De organisatie van een flexibel onderwijsaanbod heeft betrekking op het volledige opleidingsproces van intake tot en met diplomering. Om organisatorische flexibiliteit te realiseren moet je eerst in kaart brengen welke processen er spelen, waar flexibiliteit mogelijk is en hoe dat georganiseerd kan worden. Belangrijk is hierbij dat je draagvlak creëert om zo organisatorische veranderingen door te kunnen voeren.

Pedagogisch-didactische flexibiliteit
De pedagogisch-didactische flexibiliteit richt zich op de rol van de docent. Bij een flexibel onderwijsaanbod richten docenten hun onderwijs namelijk zo in dat zij de leerstof, opdrachten, werkvormen en leermiddelen aan (kunnen) passen aan de behoeften van hun studenten. Om de docenten hierbij goed te kunnen ondersteunen moet je allereerst in kaart brengen wat dit vraagt van de docent en waar ondersteuning gewenst is. Vervolgens is het van belang deze ondersteuning ook daadwerkelijk prioriteit te geven.

Denk aan het spinnenweb
Ons advies is dan ook om aan alle drie deze pijlers evenveel aandacht te schenken, zoals ook gesteld wordt in het curriculair spinnenweb (van den Akker, 2003). Zorg er voor dat je niet verzandt in de details van één of enkele onderdelen.

Maar hoe pak je dit dan het beste aan? Hoe maak je in de praktijk de stap van een traditioneel aanbod van opleiden naar een flexibel onderwijsaanbod? Hier vertellen wij je graag meer over in onze volgende blog, waar wij je ‘de eerste vijf stappen naar een flexibel onderwijsaanbod’ presenteren.

Kun je niet wachten? Of wil je meer informatie over de drie pijlers? Neem dan contact op met onze adviseur Nico van Rooij, hij vertelt je graag meer!

Close
Go top